Het door Vincenzo Lo Cascio gepresenteerde woordenboek Italiaans-Nederlands/Nederlands-Italiaans uit 1672 is een reconstructie van de tweetalige woordenschat zoals die voorhanden is in de Italiaansche Spraakkonst die in 1672 anoniem verscheen bij Abraham Wolfgang in Amsterdam en waarvan Lo Cascio in 1995 een facsimile editie heeft verzorgd. Met behulp van een hiertoe ontwikkelde software is al het lexicale materiaal verzameld dat in deze oudste Nederlandstalige grammatica van het Italiaans in beide talen wordt gepresenteerd. In dit nieuwe woordenboek wordt dit omvangrijke materiaal in de beide richtingen I>N en N>I aangeboden. Het boek bevat tevens een uitvoerige inleiding door de bezorger en diverse aanvullende teksten die de context van de laat zeventiende-eeuwse wederzijdse belangstelling tussen Italië en de Lage Landen illustreren.

De in dit boek voorgestelde tweetalige woordenschat is bijna 40 jaar ouder dan die in 1710 wordt gepubliceerd door Mozes Giron in zijn monumentale Groot Italiaansch en Nederduitsch Woordenboek (Amsterdam, Mortier, 2 delen). Dit verklaart waarom Lo Cascio zijn werk als ‘eerste woordenboek Nederlands-Italiaans’ afficheert, iets wat gerechtvaardigd lijkt wanneer we de kwaliteit en kwantiteit van het lexicale materiaal in ogenschouw nemen. Dat neemt niet weg dat er ook al voor 1672 diverse woordenlijsten zijn geproduceerd waarin de beide talen naast elkaar (en regelmatig ook in combinatie met verschillende andere talen) werden aangeboden, in het bijzonder in koopmanshandboekjes en reisgidsen. Lo Cascio heeft ervoor gekozen in dit boek – dat enigszins het karakter van een gelegenheidsuitgave heeft – deze ontwikkeling onbelicht te laten.

Toch is juist een bestudering van de specifieke aard van het lexicaal materiaal dat hier nu systematisch is ontsloten een desideratum, niet alleen in diachroon maar ook in synchroon perspectief. Uit voorzichtige steekproeven blijkt al snel dat dit corpus uit 1672 duidelijke voorkeuren (en blinde vlekken) voor specifieke semantische velden laat zien. Dit belooft vruchtbare aanknopingspunten te bieden voor een beter begrip van de beoogde functie van dit lexicon en de eraan ten grondslag liggende grammatica. Hiervan zal ook het nu al twee decennia durende debat over het auteurschap van de Italiaansche Spraakkonst uit 1672 (door velen toegeschreven aan Lodewijk Meyer, maar betwist door Lo Cascio) kunnen profiteren.