Het eerste nummer van jaargang 32 bestaat voor een belangrijk deel uit een themadossier over de invloed van Spaans theater op de zeventiende-eeuwse Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Vanuit verschillende invalshoeken beschrijven de auteurs de dynamiek van de cultural transfer van Spaanse stukken naar het Noord- en Zuid-Nederlandse toneel.

Het themadossier opent met een bijdrage van Kim Jautze, Leonor Álvarez Francés en Frans Blom over de opvoeringsfrequentie van Spaanse toneelstukken in de Amsterdamse Schouwburg aan de hand van de door hen ontwikkelde database ONSTAGE. Daarnaast ontrafelen de auteurs productiepatronen en de rol van en relaties tussen de verschillende actoren in het vertaalproces. Olga van Marion en Tim Vergeer geven een concreet voorbeeld van zo’n proces van cultural transfer. Zij analyseren hoe de toneelschrijver en handelsagent Theodoor Rodenburgh het werk van de Spanjaard Félix Lope de Vega vertaalde en tegelijkertijd aanpaste aan de culturele context van de Republiek. Johanna Ferket onderzoekt de manier waarop de Antwerpse toneeldichter Frederico Cornelio De Conincq fundamentele kritiek op de Spaanse cultuur verwerkte in zijn stuk Liefdens Behendicheyt (1638). Frans Bloms uitgebreide recensie van Christopher Joby’s recente boek The Multilingualism of Constantijn Huygens (1596-1687) vormt een nuttige aanvulling op de thematiek van het Spaanse drieluik. Het themadossier wordt vooraf gegaan door een inleiding van de hand van Yolanda Rodríguez Pérez. Zij plaatst zowel de artikelen als Bloms recensie in een breder theoretisch en historisch perspectief. Tevens zet zij lijnen uit voor toekomstig onderzoek.

De laatste bijdrage aan dit nummer is van de hand van Paul Hulsenboom. Hij stelt soortgelijke vragen aan de orde als in het Spaanse themadossier gebeurt, maar dan ten aanzien van de Poolse Neolatijnse dichter Maciej Kazimierz Sarbiewski en de vertalingen van zijn werk door de Nederlander Simon Ingels. Daarmee sluit zijn artikel uitstekend aan bij het themadossier.