Het vijfde deel in de reeks Drama and Theatre in Early Modern Europe focust zich op de verbinding tussen politiek en esthetiek in de tragedie. In de klassieke oudheid werd de tragedie gebruikt als esthetisch middel om de relaties tussen heersers, hun onderdanen, emoties en het goddelijke te verkennen en te beoordelen. In de vroegmoderne tijd herleefde de tragedie: klassieke tragedies werden vertaald van Grieks naar zowel Latijn als verschillende volkstalen. Contemporaine schrijvers zoals Joost van den Vondel, Nicolaus Vernulaeus en Jan Vos werden geïnspireerd door de kritische stukken en waagden zich ook aan de tragedie. Via de Nederlandse literaire stapelmarkt en de reizigers die de Nederlandse Republiek bezochten – denk aan handelaars, diplomaten, vertegenwoordigers van de kerk, intellectuelen en studenten – verspreidde de tragedie zich in een rap tempo over heel vroegmodern Europa.

In deze studie komen zowel barokke als classicistische tragedies aan de orde. De barokke tragedie putte inspiratie uit de Bijbel, de klassieke oudheid, de middeleeuwen en de recente geschiedenis. ‘Externe’ passies en vooral de gevaren van tirannie werden uitgebeeld om de emoties van het publiek te beïnvloeden en datzelfde publiek politiek te mobiliseren. Het classicistische drama daarentegen focuste zich op het stimuleren van politieke discussies, door zowel verhalen uit de mythologie en ‘oudere’ geschiedenis te tonen als ook het ‘ideale’ gedrag van de mens. Beide genres werden verweven met contemporaine politieke kwesties en waren daardoor een belangrijk onderdeel van de publieke sfeer: het waren de tragedies die kritiek op politieke autoriteiten mogelijk maakten.

In de verschillende bijdragen, onderverdeeld in de secties ‘sovereignty’, ‘religion’, ‘ethics’ en ‘mobility’, wordt aandacht besteed aan contemporaine politieke kwesties; de compositie; schrijf-, druk- en speelomstandigheden; religie; filosofie; de verwevenheid met andere literaire genres en culturele mobiliteit. De artikelen in de eerste sectie bespreken Joost van den Vondels stukken in relatie tot de macht van de Kerk en de Staat. De tweede sectie houdt zich bezig met de manieren waarop religie tot uiting komt in tragedies en het gebruik van religieuze thema’s voor politieke doeleinden. De derde sectie kijkt naar welke effecten ethiek in tragedies kan bewerkstelligen op het publiek en op de politiek. De vierde sectie, ten slotte, verkent de verschillende aspecten van theatrale mobiliteit met nadruk op de receptie van tragedies in het politieke domein.