Bij de Nederlandse Gouden Eeuw krijgt het gewest Holland doorgaans de meeste aandacht. In de afgelopen jaren lieten de historische instellingen in Leeuwarden echter zien dat ook hun stad in de zeventiende eeuw floreerde. Het Historisch Centrum Leeuwarden organiseerde hierover in 2013–2014 onder meer een serie lezingen, waarvan een deel is uitgewerkt en gebundeld. Het resultaat is enorm gevarieerd en reikt veel verder dan de vroegmoderne Leeuwarder stadsgrenzen. Zo analyseert Gerda Huisman het reisverslag van Tjepcke van Eminga (1657–1733). Deze katholieke edelman maakte tussen 1678 en 1682 zijn Grand Tour naar Rome, met Leeuwarden als begin- en eindpunt. Verder stelt Yme Kuiper het buitenleven van de Leeuwarder elite aan de orde en behandelt Mirjam de Baar de labadiste Anna Maria van Schurman, die af en toe op Abbingastate onder Leeuwarden logeerde. Ook de hoofdpersoon van Marlies Stoters artikel, Andriese Lucia van Bronkhorst (ca. 1604–1666), verbleef vooral op het Friese platteland. Dit blijkt uit het aantekenboek van deze adellijke katholieke dame, die een wandelgenote van stadhouder Willem Frederik was.

De grote verdienste van deze bundel is dat de auteurs een breed scala aan bronnen laten spreken. Naast de al genoemde egodocumenten betreft dit bijvoorbeeld het literaire werk van Jan Jansz Starter die, aldus Philippus Breuker, tussen 1614 en 1620 het Leeuwarder publiek voor zich innam. Verder is er ruim baan voor de beeldende kunst. Piet Bakker geeft een boeiend overzicht van de Leeuwarder schildersgemeenschap tijdens de zeventiende eeuw en Gert Elzinga bespreekt prenten en schilderijen van Leeuwarder stadsgezichten. Daarnaast behandelt Johan de Haan indeling en interieur van diverse Leeuwarder woonhuizen. Hij baseert zich op onder andere het werk van Edo Neuhusius, de rector van de Latijnse school in Leeuwarden die in 1633 zijn eerste editie van het boek Theatrum Ingenii Humani publiceerde. Daarin staat ook een lofrede op Leeuwarden, die Piter van Tuinen in de onderhavige bundel van een nieuwe vertaling voorziet.

Het vroegmoderne bronnenmateriaal heeft vaak tot gevolg dat de gewone bevolking buiten beeld blijft. In dit geval compenseert redacteur Henk Oly dit enigermate met zijn onderzoek naar de Leeuwarder horeca. Hierdoor komen toch ook de drank, tapverboden, prostitutie en openbare veiligheid van Leeuwarden in de Gouden Eeuw voorbij.

Deze fraai geïllustreerde bundel vormt al met al een waardevolle aanvulling op de vroegmoderne hoofdstukken in de stadsgeschiedenis Leeuwarden 750–2000. Hoofdstad van Friesland (1999). Zij biedt tevens geschikt materiaal voor degenen die met diepgang de geschiedenis van Ljouwert onder de aandacht willen brengen in 2018, wanneer deze stad ‘cultural capital of Europe’ is.