Het is al weer een aantal jaren geleden, dat dit boek over de Oranjezaal in Huis ten Bosch werd gepubliceerd. Omdat de publicatie van een reeds lang gepland boekwerk over álle onderzoeksresultaten van de ingrijpende restauratie van de zaal lang op zich liet – en nog steeds laat – wachten, hebben de twee kunsthistorici onder de onderzoekers, Margriet van Eikema Hommes en Elmer Kolfin, hun bevindingen gebundeld. Het uitvoerige onderzoek heeft veel nieuw materiaal opgeleverd, zowel uit archieven als op materiaaltechnisch gebied, waardoor dit boek niet alleen een uniek overzicht van de Oranjezaal en de decoraties geeft, maar ook veel nieuwe wetenschappelijke inzichten biedt. Het is schitterend uitgegeven met veel uitstekende kleurenafbeeldingen, met een prettig leesbare tekst bedoeld voor een breder publiek. Die leesbaarheid staat het wetenschappelijke niveau echter in het geheel niet in de weg.

De nog altijd overweldigend prachtvolle Oranjezaal in Huis ten Bosch is ontworpen als eerbetoon aan en ter nagedachtenis van de in 1647 overleden stadhouder Frederik Hendrik. Hoe deze prins van Oranje zijn politieke en diplomatieke positie wist te versterken – hij was immers geen soeverein vorst, maar in dienst van de Staten – wordt toegelicht in het eerste hoofdstuk. Daarna wordt de bouwgeschiedenis van Huis ten Bosch beschreven: het plan werd gemaakt door de architect Pieter Post voor een eenvoudig buitenverblijf voor Amalia, dat zich ontwikkelde tot het veel imposantere paleis met de monumentale centrale ruimte die later de Oranjezaal zou worden. De auteurs laten zien dat Amalia zelf grote invloed op dit plan uitoefende, evenals op de ontwikkeling van het gecompliceerde en gelaagde decoratieprogramma terwijl daarnaast Jacob van Campen, Pieter Post en Constantijn Huygens elk hun eigen inbreng hadden. Amalia maakte zich zorgen over de positie van het huis van Oranje-Nassau in de Republiek en zag de verheerlijking van het leven en de roemrijke daden van haar overleden echtgenoot als een middel om de dynastieke gedachte te propageren. Uitvoerig en toch levendig worden door Kolfin alle schilderijen met de talloze verwijzingen naar de klassieken en hun dynastieke implicaties geanalyseerd en uitgelegd.

Voor de realisering van het ensemble van de schilderijen (1648–1652) werden onder leiding van Jacob van Campen twaalf Noord èn Zuid-Nederlandse schilders uitgekozen: behalve hijzelf waren dat Thomas Willeboirts Bosschaert, Salomon de Bray, Gonzales Coques, Christiaen van Couwenbergh, Cesar van Everdingen, Pieter de Grebber, Gerard van Honthorst, Jacob Jordaens, Jan Lievens, Pieter Soutman en Theodoor van Thulden. Van Campen had de leiding, hij bedacht de tientallen composities waarmee de zaal versierd werd en maakte schetsen als richtlijn voor de kunstenaars. Alle onderdelen samen prijzen de lof van de overleden stadhouder en vinden hun hoogtepunt in de Triomf van Frederik Hendrik door Jacob Jordaens, dat de gehele oostwand van de zaal beslaat.

Ook het bijzonder ingenieuze en coherente lichtplan was het geesteskind van Van Campen. Van Eikema Hommes demonstreert hoe het geschilderde licht, zoals Van Campen dat aan de kunstenaars opdroeg, rekening hield met de werkelijke lichtval en met de plaats van elke schildering in de zaal. Met uiterste zorgvuldigheid geeft zij inzicht in alle aspecten van het licht: in de zaal, in de schilderingen, de effecten van de verschillende belichtingen en de betekenis van het soort licht. Dat uitgekiende lichtplan versterkte bovendien het iconografische programma.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw en in de vroege achttiende eeuw was het vooral in Engelse en Franse reisbeschrijvingen dat er aandacht aan Huis ten Bosch en de Oranjezaal werd besteed, hoewel meestal summier en zonder afbeeldingen. Het prestigieuze prentboek waarvoor Huygens de Latijnse tekst zou schrijven, is helaas nooit verschenen. Het is te hopen dat het Engelstalige boek waarin ook de artikelen over de restauratie (die tussen 1998 en 2001 heeft plaatsgehad) hun plaats moeten vinden, niet dezelfde weg zal gaan. Het zou betreurenswaardig zijn als al dit mooie onderzoek niet gepubliceerd wordt.