Deze lezenswaardige bundel dankt haar ontstaan aan een in 2009 ontdekt Latijns manuscript met een aantal tot dan toe onbekende autobiografische geschriften van Maria Petyt (1623–1677). Het manuscript heeft, zo stellen de inleiders van de bundel (‘Introduction’, p. 1–3) belangrijke implicaties voor het bestaande historiografische beeld van deze Zuid-Nederlandse karmelietes als een introverte mystica die een leven van gebed en contemplatie leidde. Dat beeld rijst op uit haar in opdracht van haar geestelijk leidsman Michael a S. Augustino geschreven en door hem uitgegeven autobiografie. Uit de nu gevonden folio’s blijkt echter dat Petyt zich ook nauw betrokken voelde bij meer aardse zaken, speciaal de politieke woelingen van haar tijd en de jansenistische geschillen in de katholieke kerk. In de Hollandse Oorlog koos zij onomwonden de zijde van de Franse koning Lodewijk XIV. Ze bad voor hem en zijn legers, in de hoop dat hij de protestantse Republiek terug zou brengen in de schoot van de Moederkerk. Uit het manuscript blijkt voorts Maria’s afschuw jegens het jansenisme, dat ze als een ketterse beweging en een gevaarlijke bedreiging voor de katholieke kerk beschouwde.

Naast een transcriptie en een vertaling van het manuscript van de hand van Veronie Meeuwsen, bevat deze bundel negen bijdragen waarin het leven en de spiritualiteit van Maria Petyt opnieuw tegen het licht worden gehouden. Op basis van het manuscript herinterpreteren de auteurs vanuit verschillende invalshoeken het bestaande beeld van de Vlaamse religieuze. De eerste vier artikelen betreffen de biografie van Petyt en de politieke en religieuze context waarin zij leefde. Van dit deel is vooral de bijdrage van Mirjam de Baar interessant. Zij analyseert de parallellen tussen Maria Petyt en Antoinette Bourignon – eveneens een mystica die claimde over profetische gaven en religieus gezag te beschikken. Zowel qua levenspad als spirituele inspiratiebronnen bestaan opmerkelijke overeenkomsten tussen beide vrouwen die een verdere comparatieve studie rechtvaardigen. Het tweede deel van de bundel is georganiseerd rond het manuscript en de visie van Petyt op de Hollandse Oorlog. Veel aandacht wordt besteed aan de invloed van Teresa van Avila op het werk van Petyt (Elisabeth Hense), en aan de rol van haar biechtvader S. Augustino, die tot de vondst van dit manuscript bepalend was voor onze beeldvorming van zijn geestelijke dochter (Esther van de Vate). Helaas ontbreekt een overkoepelende in- of uitleiding die de diverse bijdragen met elkaar verbindt en in een breder perspectief plaatst. De beknopte epiloog van Joseph Chalmers geeft vooral een korte samenvatting van de artikelen en had in die zin beter dienst gedaan als introductie van deze bundel. Een pluspunt, daarentegen, zijn de interessante suggesties voor verder onderzoek naar leven en werk van Maria Petyt. Het gevonden manuscript geeft daartoe alle aanleiding.