De bijdragen in dit nummer van De Zeventiende Eeuw zijn grotendeels vruchten van het congres ‘De grenzen van de Gouden Eeuw’, dat op zaterdag 27 augustus 2011 aan de Universiteit Gent werd gehouden. Op dit congres werd stilgestaan bij het negentiende-eeuwse concept van de ‘Gouden Eeuw’, dat onze perceptie van de zeventiende-eeuwse Nederlanden heeft bepaald en begrensd.

Die begrenzing kunnen we fysiek en geografisch opvatten: het negentiende-eeuwse beeld van de Gouden Eeuw veronderstelt een scherpe scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. In dit nummer laten Filip Vermeylen, Karolien De Clippel en Els Stronks die traditionele scheiding los, waardoor zij een veel rijker en scherper beeld krijgen van de wisselwerking tussen Noord en Zuid. Filip Vermeylen en Karolien De Clippel bestuderen de culturele transmissie tussen Haarlem en Antwerpen gedurende de eerste decennia van de zeventiende eeuw. De Haarlemse schilderschool blijkt minder uniek ‘Hollands’ dan gedacht, maar juist onderdeel te zijn van een proces van artistieke kruisbestuiving over de grenzen heen. Els Stronks analyseert tekstuele en visuele uitingen rondom een gebrandschilderd raam met een portret van de Bossche bisschop Gisbertus Masius, om te laten zien hoe rijk en complex het grensverkeer tussen noordelijke en zuidelijke tradities in het religieuze domein was. De mobiliteit tussen Noord en Zuid gaf aanleiding tot hevige discussies, die in vele media werden gevoerd.

De laatste twee artikelen in dit nummer werpen licht op de constructie van een ‘Gouden Eeuw’ in de vroege negentiende eeuw. Lotte Jensen laat zien dat de periode van de Franse overheersing een cruciale rol heeft gespeeld in het ontstaan van het concept van de Gouden Eeuw. Schrijvers als Tollens en Helmers hebben de Gouden Eeuw tot het ijkpunt van de Nederlandse identiteit gemaakt, omdat deze periode niet alleen het symbool was van nationale eigenheid en bloei, maar ook van krachtig verzet tegen het ‘vreemde’. Rick Honings analyseert de creatie van een nieuwe Vondel in de vroege negentiende eeuw: Vondel werd een nationale held, maar ook een literair genie, dat in de gedaante van Willem Bilderdijk een moderne incarnatie kreeg.

Dit nummer van De Zeventiende Eeuw toont zo twee interpretaties van het traditionele beeld van de Nederlandse ‘Gouden Eeuw’. Het traditionele beeld blijkt in het huidige onderzoek naar de zeventiende-eeuwse Nederlanden een vruchtbaar onderzoeksobject, maar ook een ijkpunt dat kritisch bevraagd en bijgestuurd wordt vanuit nieuwe vraagstellingen en onderzoeksinteresses.