De Franeker universiteitsbibliotheek – na Leiden de oudste van Nederland – is uitvoerig gedocumenteerd door L.S. Wierda in Armamentarium totius sapientiae (Leeuwarden 2005) en in De Franeker universiteitsbibliotheek in de zeventiende eeuw (Hilversum 2007). Enkel de oudste gedrukte catalogus (Franeker, A. Radaeus, 1601) ontbrak hierin omdat die ‘verloren’ (b)leek. In het najaar van 2007 ontdekte G.C. Huisman in de Bibliothèque de l’Arsenal te Parijs dan toch een compleet exemplaar (8-H-26084 [3]). J. van Sluis heeft er een geannoteerde editie van gemaakt, met een belangrijke inleiding en nuttige bijlagen. Deze eerste catalogus brengt nieuwe inzichten in omvang en samenstelling van de collectie, maar ook in de materiële organisatie van de bibliotheek en de zorg voor de boeken. Opvallend is dat de catalogus uit twee delen bestaat: een met folianten en een met kleinere formaten. In de latere catalogi (1626, 1635, 1644, 1656 en 1691) worden enkel nog (meer) folianten aangetroffen. Boeken in kleinere formaten zijn dan verdwenen, vermoedelijk verkocht of ‘meegenomen’ door gebruikers. De universiteit wilde dus vooral standaardwerken voor onderzoek en onderwijs, en kocht bij voorkeur edities in folioformaat. Even verrassend is dat uit controle van de bewaarde exemplaren gebleken is dat pas na het verschijnen van de eerste catalogus werd overgegaan tot het vastleggen van de boeken met kettingen. Rond 1680 werden die kettingen dan weer verwijderd. De bibliotheek was in de zeventiende eeuw dus duidelijk een algemene ‘presentiebibliotheek’. Voor diepgaand onderzoek moesten docenten en studenten een beroep doen op particuliere bibliotheken, van henzelf of van andere ‘geletterden’ – dominees, leraren, artsen, juristen. Uit die bibliotheken ontving de academiebibliotheek dan weer graag giften. En zo waren de basiswerken voor onderzoekers ook in Franeker toegankelijk. In de zeventiende eeuw bezat de bibliotheek trouwens reeds enkele van haar grote schatten: vijf Aldijnen uit het bezit van Erasmus en de eerste druk van Copernicus (1543) – alle nog steeds te raadplegen in Tresoar (Leeuwarden). Nu de oudste gedrukte catalogus degelijk ontsloten is, kan het onderzoek nog grondiger worden verdergezet. Van Sluis is daar alvast mee begonnen en heeft de huisvesting van de collectie en de boekbanden toegelicht in ‘Franeker banden’ (in Marcus de Schepper (red.) Illuminatie, illustratie, boekband & bibliotheek in de Noordelijke Nederlanden. (Uitgaven van de Vereniging van Antwerpse Bibliofielen, nr. 5.) Antwerpen, 2012. pp. 49–60).