Vlaardingerbroek doorgrondt het Paleis op de Dam in zijn architectuurhistorische context. In deel I brengt hij de geschiedenis vanaf de keuze voor de bouwkavel tot en met het ontwerp van Jacob van Campen in verband met maatschappelijke ontwikkelingen. In deel II en III komen respectievelijk de aanpassingen in de Napoleontische tijd aan de orde en het gebouw vanaf 1813 als Paleis van Oranje. De ingrijpende renovatie en aanpassingen voor het nieuwe koningschap in de periode 2006–2009 vallen buiten het onderzoek.

Uit de behandeling van de complexe bouwgeschiedenis (deel I) spreekt een grote kennis van de materie. Ook het uitgebreide notenapparaat van deze handelseditie van Vlaardingerbroeks proefschrift uit 2004 biedt toegang tot veel nieuwe inspirerende onderzoeksvragen, een ‘tweede scherm’ voor de volgende generatie onderzoekers. Interessant is de worsteling van de bouwheren om met een klassieke, voornamelijk in steen uitgevoerde decoratie ook een christelijke weg te vinden voor het incorporeren van wereldlijke en geestelijke vraagstukken.

De programmatische eenheid krijgt aandacht in het hoofdstuk over het paleis van de Bijbelse Salomon. Opmerkelijk genoeg bagatelliseert Vlaardingerbroek de studies waaraan hij zijn inzicht over de vergelijking met dit paleis ontleent. Het gevolg is dat de auteur zichzelf, tussen de regels door, wel erg veel eer toebedeelt en een zekere autonomie over dit onderwerp claimt. Tot slot zou een zijsprong naar de parallel lopende (her)bouw van de naastgelegen Nieuwe Kerk wellicht een interessante aanvulling zijn geweest.

Dat dit boek op de omslag al wordt aangeprezen als een standaardwerk is met recht te danken aan deel II en III. De bouwactiviteiten en andere aanpassingen rond de herbestemming tot paleis in de Napoleontische tijd en ten tijde van de Oranjes worden voor het eerst geopenbaard. Bouwactiviteiten houden direct verband met de functie die is ingegeven door de hofetiquette van Lodewijk Napoleon en de hierop sterk geïnspireerde protocollen van de Oranjedynastie. De meest recente renovatie maakt duidelijk dat het gebouw inmiddels langer als paleis functioneert dan het ooit stadhuis is geweest. De schijnbare tegenstelling leverde de dubbele titel op.