In 1607 werd in Woerden Evert Willemsz geboren die aan de andere kant van de Atlantische Oceaan beter bekend is onder de naam Everdus Bogardus, dominee van Nieuw-Amsterdam. Willem Frijhoff beschreef het leven van de wees al in 1995 in zijn vuistdikke studie Wegen van Evert Willemsz. Een Hollands weeskind op zoek naar zichzelf, 1607–1647. In meer dan 900 pagina’s behandelde de auteur uitvoerig Everts jeugd, zijn mystieke ervaring als vijftienjarige, zijn studie, zijn loopbaan als ziekentrooster in het West-Afrikaanse Guinee en later als dominee in Nieuw-Nederland in dienst van de West-Indische Compagnie. Met uitzondering van een aantal pamfletten uit Everts jeugd zijn er geen bronnen over hem persoonlijk bewaard gebleven. Frijhoff heeft deze leemte destijds zorgvuldig ingevuld en een contextuele biografie geschreven met veel oog voor detail. Daarin wordt de wereld van Evert zo nauwkeurig geïnventariseerd dat we bijvoorbeeld te weten komen over hoeveel potten en pannen het weeshuis beschikte waar Evert opgroeide. Meer informatie dan Evert zichzelf waarschijnlijk van bewust was. Met deze diepgaande reconstructie wilde de auteur Everts innerlijke leven en zijn motivaties achterhalen en nagaan hoe deze zich verhielden tot de culturele tradities van de zeventiende eeuw.

De onlangs verschenen, aanzienlijk ingekorte versie met de titel Een zeventiende-eeuws weeskind op zoek naar zichzelf is de facto Evert ‘revisited’. Naast het inkorten, bewerken en actualiseren van de omvangrijke biografie uit 1995 gebruikte Frijhoff de ontstane afstand tot het onderwerp om de persoon Evert Willemsz opnieuw te bezien en te interpreteren. Het sterk herziene boek focust op Everts religieuze ervaringen in 1622 en 1623 en legt het accent op zijn adolescentie en identiteitsvorming. Hier staat Evert als ‘coming of age’ -adolescent in de vroegmoderne samenleving centraal. De auteur ontrafelt de persoonlijkheid van de jongvolwassene vanuit de autonomie van diens zelfbeeld en levensstijl. Daarbij poogt Frijhoff de motivaties en inspiratiebronnen van Evert te achterhalen. Zo ontdekt de lezer de menselijke kanten van Evert: een jonge man vol tegenstellingen. Enerzijds voelde hij zich aangetrokken door regelmaat, religie en beheerst gedrag. Anderzijds was Evert met zijn hang naar drank een gepassioneerde man en een onbeteugeld heethoofd die niet terugdeinsde voor confrontaties. Kortom, in Frijhoffs boek leren we een jonge man van vlees en bloed kennen.