Deze congresbundel maakt deel uit van de inmiddels gevestigde Brepolsreeks Museums at the Crossroads en bevat de acta van het symposium Family Ties.Art Production and Kinship Patterns in the Early Modern Low Countries, dat in december 2009 georganiseerd werd aan de KU Leuven. Vanuit een multidisciplinair perspectief en verspreid over vier hoofdstukken wordt in veertien bijdragen de blik gericht op de betekenis van familiebanden voor de kunstproductie van de Lage Landen tijdens de vroegmoderne periode. Het eerste onderdeel tilt de problematiek onmiddellijk op een hoger en theoretisch niveau door de relevantie van sociale netwerkanalyse en economische sociologie voor kunstgeschiedenis af te tasten. Kern van dit hoofdstuk vormt het mooie duet van socioloog Axel Marx en kunsthistoricus Koen Brosens waarin eerstgenoemde de theoretische toolbox van sociale netwerkanalyse presenteert en waarin de tweede een pleidooi houdt voor een nieuwe aanpak van tapijtstudies aan de hand van de integratie van deze toolbox.

Het tweede deel van deze bundel zoomt in op familiedynastieën en opent met een bijdrage van Rudi Ekkart die het belang van schilderfamilies aantoont voor het succes van de Hollandse schilderkunst van de Gouden Eeuw, maar er tegelijk op wijst dat familiebedrijven van meer dan twee generaties zoals die vaak voorkwamen in de Zuidelijke Nederlanden uitzonderlijk waren in het Noorden. Mooie voorbeelden van dergelijke Vlaamse schildersdynastieën zijn de Franckens, beschreven door Natasja Peeters, en de Brugse familie Claeissens. Laatstgenoemde vergelijkt Brecht Dewilde met Marcus Gerards om te illustreren hoezeer een humanistisch wereldbeeld – of het ontbreken ervan – bepalend was voor de sociale ervaring en de structuur van de netwerken van laatzestiende-eeuwse schilders.

De bijdragen in het derde deel onderzoeken vanuit verschillende gezichtspunten de ‘making of’, de positie en de rol van kunstenaarszonen in het artistieke bedrijf gedurende de zeventiende eeuw aan de hand van voorbeelden als de Rubensen (Nils Büttner), de Van Steenwycks (Jeremy Howarth), de Teniersen (Hans Vlieghe) en de Van Egmonts (Priscilla Valkeneers).

De twee laatste papers van de bundel gaan dieper in op de commerciële betekenis van familierelaties voor het artistieke reilen en zeilen in de zeventiende eeuw. Terwijl Bert Timmermans de rol van de familie in het stedelijk patronage en de revival van de familiekapel in de periode 1610 en 1650 in Antwerpen tegen het licht houdt, zoomt Alison Stoesser in op het functioneren van de tandem Lucas en Cornelis de Wael en op hun rol voor de artistieke uitwisselingen tussen de Nederlanden en Italië.