In tien artikelen analyseert de auteur steeds een tekst waarin de geloofsbeleving van een schrijver uit de vroegmoderne tijd centraal staat. Er is geen motivering voor de keuze van juist deze geschriften. Onder de schrijvers is een aantal bekende en minder bekende theologen: Jodocus van Lodenstein, Franciscus Ridderus, Balthasar Bekker, Bernardus Smytegelt en Wilhelmus Schortinghuis. Daarnaast geeft Van Eck aandacht aan heel ander tekstmateriaal. Zo bespreekt hij een fragment uit Hofwijck van Constantijn Huygens, uit een Journaal van het schip de Gelderland (1601–1603) en uit de dagboeken van de Friese stadhouder Willem Frederik en de Haagse onderwijzer David Beck. De reeks wordt besloten met een brief van de Amsterdamse lekentheoloog Dina van de Bergh uit 1744. Zij is de enige vrouw in het gezelschap. Het is jammer dat de besprekingen enigszins ontsierd worden door voortdurende herhalingen. Dit geldt zowel voor woorden, voor uitleggingen van tekstfragmenten als voor het meerdere malen weergeven van hetzelfde citaat.

Hoewel de bundel niet chronologisch is opgebouwd en de auteur spreekt van ‘portretten van een geloofsleven in zijn eigenheid’ (p. 327), een formulering die toch uit lijkt te gaan van individuele omstandigheden en ervaringen, gebruikt hij de teksten toch als bewijs voor de algemene ontwikkeling in de geloofsbeleving binnen de gereformeerde kerken. Een manier van geloven waarin men zekerheid ontleent aan wat door Bijbel en kerk wordt aangereikt maakt volgens hem langzaam plaats voor een religie van het gevoel (p. 331–332). Het is de vraag of men uit incidentele, sterk verschillende teksten een dergelijke conclusie mag trekken.

Het is opmerkelijk dat in alle artikelen regelmatig verwezen wordt naar de Heidelbergse Catechismus; een uiterst summiere uitleg staat echter pas op pagina 117. In mindere mate geldt dit ook voor de andere leergeschriften van de gereformeerden. De bundel zou een sterkere eenheid hebben gevormd als in een inleiding de inhoud en functie van de Catechismus en de andere belijdenisgeschriften was besproken. Deze hebben in ieder geval gedurende de gehele periode blijkens de vele verwijzingen ernaar een belangrijke rol gespeeld.