Het is dit jaar vierhonderd jaar geleden dat Elizabeth Stuart (1596–1662), dochter van Anna van Denemarken en Jacobus I, koning van Schotland en Engeland, in het huwelijk trad met Frederik V, de keurvorst van de Palts. Ter gelegenheid daarvan heeft de Haagse kunsthandel Hoogsteder & Hoogsteder een tentoonstelling in Den Haag ingericht, waaraan ook Nadine Akkerman haar medewerking heeft verleend. Akkerman studeerde Engelse taal- en letterkunde en promoveerde in 2008 aan de Vrije Universiteit op een geannoteerde uitgave van de brieven van Elizabeth Stuart uit de periode 1632–1642. Haar dissertatie ligt ten grondslag aan het in 2011 bij Oxford University Press verschenen tweede deel van de correspondentie van Elizabeth Stuart. Deel I en deel III, die ook door Akkerman bezorgd zullen worden, volgen later.

De geschiedenis van de ‘Winterkoningin’ is bekend. Na haar huwelijk vestigde Elizabeth Stuart zich met haar echtgenoot in Heidelberg. De kroning tot koning en koningin van Bohemen voerde de beide echtelieden naar Praag, maar al na één winter werden ze hier door militair geweld verjaagd. Voortaan zou het echtpaar spottend als de ‘Winterkoning’ en ‘Winterkoningin’ worden betiteld. Terugkeer naar de Palts was niet meer mogelijk. Dankzij hun banden met de Oranjes vonden Elizabeth en Frederik V in 1621 uiteindelijk een toevluchtsoord in Den Haag. Hier vestigden zij zich aan de Kneuterdijk en ontvingen zij een toelage van de Staten-Generaal om in hun levensonderhoud te voorzien. In de Nederlandse geschiedschrijving staat Elizabeth te boek als de uitgerangeerde koningin die tijdens haar ballingschap in Den Haag een schitterende hofstaat bleef voeren en de Staten-Generaal met een torenhoge schuld opzadelde. Uit de nu uitgegeven brieven uit de periode 1632–1642 rijst echter een heel ander beeld op. In haar correspondentie manifesteert Elizabeth zich als een staatsvrouwe, die zich na het overlijden van haar echtgenoot bleef beijveren voor de protestantse zaak en voor herstel van de keurvorstelijke macht in de Palts, ook al moest ze hiervoor tegen de belangen van haar broer, Karel I, de koning van Engeland, ingaan.

In totaal schreef Elizabeth Stuart duizenden brieven, die verspreid zijn geraakt over tal van bibliotheken, archieven en privécollecties in Europa en Amerika. Het als eerste verschenen tweede deel van de correspondentie bevat in totaal 622 brieven van en aan Elizabeth Stuart, waardoor we een goed beeld krijgen van de wijze waarop zij achter de schermen de politieke touwtjes in handen hield. Van deze brieven zijn er 300 afkomstig van de ‘Winterkoningin’. Het gaat zowel om Engelse als om Franse brieven aan adressanten in Engeland, Midden- en Noord-Europa, onder wie tal van familieleden, leden van koninklijke families, militairen, ambassadeurs en agenten.

De in druk uitgebrachte en geannoteerde brieven worden voorafgegaan door een korte inleiding. Per brief is telkens de volgende informatie toegevoegd: of het geraadpleegde manuscript een auto- of apograaf is, de vindplaats, de adressering, en voor zover bekend de naam van degene die de brief heeft afgeleverd. Indien de betreffende brief ooit eerder is gedrukt, is een verwijzing naar deze gedrukte bron toegevoegd. In alle brieven is de oorspronkelijke spelling aangehouden. De datering is geüniformeerd conform de Gregoriaanse kalender. Aan de Franse brieven van en aan Elizabeth is een moderne door Lisa Jardine gemaakte Engelse vertaling toegevoegd. Jardine was samen met Steve Murdoch nauw betrokken bij de totstandkoming van de brievenuitgave. Achterin de uitgave is een gecombineerd namen- en zakenregister opgenomen. Van alle in de brieven voorkomende personen is hier een korte introductie te vinden, gevolgd door een verwijzing met vindplaats naar relevante onderwerpen uit de correspondentie.

In 1632, het jaar waarmee deze brievenuitgave begint, scheidden de wegen van Elizabeth en Frederik zich. Hij had dienst genomen in het leger van de Zweedse koning en vertrok naar het front. Elizabeth, die op dat moment in verwachting was van haar dertiende kind, bleef in Den Haag achter. Kort na de geboorte van deze jongste telg overleed Frederik V tamelijk onverwacht aan de pest. Dat was op 29 november 1632. Twaalf dagen eerder had hij zijn laatste brief aan zijn ‘tres cher coeur’ geschreven, waarin hij verklaarde dat hij haar tot aan zijn dood zou liefhebben (briefnr. 65, d.d. 7/17 november 1632). Frederiks dood had verstrekkende gevolgen voor Elizabeth. Het was nu aan haar om vanuit haar paleis in Den Haag of haar jachtslot in Rhenen alles in het werk te zetten om de teruggave van de Palts te bewerkstelligen, zodat haar oudste zoon eens in de keurvorstelijke waardigheid hersteld kon worden. Tot 1642, het jaar waarmee deel II eindigt, zou zij zich hiervoor blijven inzetten.

Net als diplomaten en militaire leiders dat in haar tijd deden, bediende ook Elizabeth zich in haar brieven van geheimschrift. Akkerman is erin geslaagd de zeven verschillende cijfercodes die tussen 1632 en 1642 in gebruik waren, te kraken, waardoor de in deze geheime brieven besloten liggende informatie nu ook voor lezers uit de 21ste eeuw toegankelijk is. In de bijlage achterin de brievenuitgave zijn de sleutels te vinden en is aangegeven in welke jaren en door wie ze gebruikt werden. Een van Elizabeths correspondenten die zelf ook gebruikmaakte van geheimschrift, was Balthazar Gerbier (1591–1667). Deze aan het Spaanse hof in Brussel verblijvende agent van de Engelse koning Karel I trad tevens op als kunstmakelaar voor Peter Paul Rubens. Van de door Akkerman gereconstrueerde sleutel voor het geheimschrift in Gerbiers brievenboeken kunnen dus ook kunsthistorici profijt hebben.

Naar de wijze waarop hooggeplaatste vrouwen in de vroegmoderne tijd hun macht en invloed lieten gelden op het staatstoneel, is nog weinig onderzoek verricht. Deze editie van de correspondentie van Elizabeth Stuart uit de jaren 1632–1642 biedt een prachtig inzicht in de wijze waarop zij haar sociale en politieke netwerk wist te benutten om de familiebelangen van haar overleden echtgenoot en haar kinderen veilig te stellen. Het wachten is nu op de biografie van de ‘Winterkoningin’, waarvoor met deze voorbeeldige brievenuitgave een prachtige basis is gelegd.