Het boek bespreekt een serie van allianties tussen dienaren van de WIC en niet-Europese bewoners van het Atlanticum, waarbij de eerste West-Indische Compagnie de leidraad is. Mark Meuwese schenkt veel aandacht aan de algemene Nederlandse en Atlantische context van die allianties (Hoofdstuk 1 en 2). Daarmee wordt het boek ook voor degenen die onbekend zijn met het onderwerp goed toegankelijk. De keuze om het gehele octrooigebied van de WIC te onderzoeken leidt tot een scherpe thematische tweedeling in het boek tussen de tropische gebieden (Afrika, Brazilië en de Guyanas) in hoofdtukken 3, 4 en 6 en Nieuw-Nederland in hoofdstuk 5.

Uit het boek blijkt dat in de tropische delen van het octrooigebied de strijd tegen de Portugezen vormend is geweest voor de relatie tussen inheemsen en Nederlanders. Meuwese legt de nadruk op de opkomst en ondergang van het Groot Desseyn. Dit was de poging van de WIC om de Iberische macht in de Atlantische wereld te breken door gelijktijdig plantagegebieden in Noord-Brazilië te veroveren en de slavenforten op de Afrikaanse westkust in handen te krijgen om de plantages van arbeid te voorzien.

Het Groot Desseyn kwam voort uit Europese imperiale wedijver, die plaatsvond in gebieden waar Afrikanen en inheemse Zuid-Amerikanen onderling zowel samenwerkten als ook grote gewapende conflicten kenden. De Europeanen waren in de zeventiende eeuw allerminst instaat om over deze lokale machten heen te walsen. Dit levert in het boek een veelheid aan beschrijvingen van interactie, samenwerking en conflict op. Het ene moment vaart Cornelis ‘Houtebeen’ Jol met een leger inheemse Brazilianen naar Afrika om gebieden op de Portugezen te veroveren. Later beschrijft Meuwese hoe de dreiging van de aanvallende Portugezen in Recife de samenwerking tussen de Nederlanders en Brazilianen definitief opbreekt.

Veel aandacht wordt besteed aan de WIC-activiteiten in de tropen. Slechts één hoofdstuk handelt over de interactie tussen Nederlanders en de inheemse bevolking van Noord-Amerika. Hoewel Meuwese in de inleiding stelt dat hij kiest voor een Atlantische en comparatieve blik, ligt in het deel over Nieuw-Nederland toch de nadruk op de regionale context en het hiërarchische aspect van de WIC-organisatie. Het deel over de Noord-Amerikaanse Amerindianen maakt het boek vooral in geografisch opzicht compleet. In Nieuw-Nederland zijn het voornamelijk de Engelsen, de Irokezen en in mindere mate de Scandinaviërs waar de WIC mee te maken had. Hier deed de compagnie geen pogingen de inheemsen in de kolonie te integreren, maar werden afwisselend geweld en diplomatie ingezet om het betwiste grensgebied te behouden.