In het 31e deel van een reeks beknopte monografieën over Nederlandse geschiedenis en cultuur in de vroegmoderne tijd, biedt Marion Boers een overzicht van de Noord-Nederlandse kunsthandel in de eerste helft van de zeventiende eeuw. Ongeveer een kwart eeuw geleden constateerde econoom Michael Montias nog dat dit onderwerp er na de inspanningen van Hanns Floerke (Die Niederländische Kunst-Handel im 17.-18. Jahrhundert (1901)) maar bekaaid vanaf was gekomen. Gelukkig hebben onderzoekers de handschoen opgepakt en is er vooruitgang geboekt. Op basis van archiefbronnen en een uitgebreide literatuurlijst laat Boers zien hoe in de Republiek, in navolging van de Zuid-Nederlandse steden in de vijftiende en zestiende eeuw, de professionele kunsthandel vorm kreeg. De explosieve groei van de schilderijenmarkt was niet alleen toe te schrijven aan de stijgende welvaart van de burgerij, maar ook aan het goede ondernemerschap van kunstenaars en kunsthandelaren (p. 11).

Hoe de kunsthandel kon bijdragen aan de hype rond schilderijen tijdens de Gouden Eeuw blijkt uit vier hoofstukken waarin steeds een ander distributiekanaal centraal staat. In ‘De kunstenaar als ondernemer’ worden de handelsactiviteiten van schilders zoals Cornelis van der Voort en Jan Miense Molenaer behandeld. In ‘De professionele kunsthandel’ staan achtereenvolgens verschillende segmenten van de markt centraal, aan de hand van uitdraagsters, kunsthandelaar Crijn Volmarijn, de firma Uylenburgh en internationaal agent Michel le Blon. In het derde hoofdstuk gaat de auteur in op de ontwikkeling van openbare verkopingen van schilderijen. Het boekje eindigt met de bespreking van een aantal andere verkoopkanalen, zoals loterijen en dobbelspelen.

Waar rond de eeuwwisseling de meeste kunstwerken nog door schilders en schilder-kunstverkopers werden verkocht, professionaliseerde de kunsthandel in het tweede kwart van de zeventiende eeuw in rap tempo. Precies in die periode werd de Noord-Nederlandse kunstmarkt steeds complexer. Het aantal schilders en kopers nam nog steeds toe en het aanbod aan schilderijen werd steeds gevarieerder. Bovendien werden er steeds meer tweedehands kunstwerken geveild en internationaliseerde de top van de markt geleidelijk aan. Marion Boers laat in deze zeer toegankelijk geschreven schets van de Noord-Nederlandse kunsthandel zien dat de professionalisering van de kunsthandel zowel oorzaak als gevolg was van dit levendige spel van vraag en aanbod op de kunstmarkt.