Wie eerdere publicaties van Sanders heeft gelezen zal reikhalzend hebben uitgekeken naar zijn proefschrift. De kern van zijn onderzoek bestaat uit de vereringen die – in de vorm van gouden medailles en kettingen ter waarde van honderden guldens – door de Staten-Generaal zijn uitgereikt. Ontvangers van de vereringen waren onder andere helden en buitenlandse gezanten. Het is Sanders gelukt om een zo compleet mogelijk overzicht van deze vereringen bijeen te brengen en hij heeft daarbij uitgebreid de context onderzocht. Het werk omvat de hele periode tussen het ontstaan van de Republiek in de Tachtigjarige Oorlog tot de overgang naar de Bataafse Republiek in 1795.

Sanders heeft dit onderzoek uitgevoerd omdat de vereringen in de historiografie tot nu toe opvallend genoeg sterk onderbelicht zijn gebleven. Het onderwerp is ogenschijnlijk klein van omvang, maar wordt in een brede context geplaatst. Alles bij elkaar werpt deze publicatie een nieuw licht op het functioneren van de Staten Generaal en de internationale connecties. Het valt op dat de Staten de eerste periode zoekende waren en moesten wennen aan het onderhouden van internationale betrekkingen (p. 262–285).

Sanders is erin geslaagd om zijn lijvige dissertatie helder te houden. De tekst is onderverdeeld in vier hoofdstukken en even zo vele bijlagen. De hoofdstukken geven achtereenvolgens een beeld van de context, de procedures rond het uitgeven van vereringen, de betrokken personen en de presenten zelf. Bijlagen 2 en 4 (met transcripties en financiële overzichten) geven, samen met de uitgebreide literatuuropgave, een uitstekende ingang tot verder onderzoek. Voor wie interesse heeft in de personen die betrokken waren bij de productie en levering van de geschenken biedt bijlage 3 een overzicht. Het is er niet aan af te zien, maar eigen ervaring bij het beschrijven van voorwerpen in museale collecties heeft geleerd dat het lang niet altijd eenvoudig geweest kan zijn om deze samen te stellen. Het biedt de nodige nieuwe informatie over bij de totstandkoming van de voorwerpen betrokken personen. Een viertal opmerkelijke vereringen (p. 262–320) geeft nog eens extra inzicht in de gang van zaken rond de uitreiking. Het verhaal is soms noodgedwongen wat technisch, maar er zitten tal van smeuïge details in. Daarbij passeren veel beroemde personen de revue, zoals Hugo de Groot, Galileo Galilei en Joan Blaeu. Ook de verschillende uitgevende lichamen (p. 32–79) komen goed aan bod.

De kern – misschien is het woord ‘parel’ hier beter op zijn plaats – van het verhaal is een overzichtelijke lijst met alle personen die in de onderzochte periode een verering hebben mogen ontvangen, samen met de nodige informatie over de voorwerpen. Deze lijst is opgenomen als bijlage 1 (pp. 448–529). Zoals Sanders terecht aangeeft vormt deze bijlage de hoeksteen waar de dissertatie op rust (p. 24). Hij gaat uitvoerig in op de keuzes die bij het samenstellen van deze lijst zijn gemaakt (p. 221). Het kwam bijvoorbeeld nogal eens voor dat een ontvangen present direct aan de goudsmid werd verkocht, waarna het stuk weer aan de Staten-Generaal werd aangeboden. Dit gebeurde eerder door buitenlandse gezanten dan door inwoners van de Republiek: deze laatste groep waardeerde het geschenk doorgaans hoger dan de geldelijke waarde (p. 262). Sommige personen ontvingen tijdens hun leven meerdere vereringen. Koploper is Willem Vleertman, die maar liefst dertien vereringen ontving (p. 295). In totaal komt Sanders op 1.234 ontvangers (p. 220).

Als pluspunt rekent Sanders eindelijk af met de tot nu toe wazige gebruikte terminologie voor de presenten. Tot 1628 zijn het triomfpenningen, daarna zijn het beloningspenningen. Deze term dekt de lading prima en is geschikter dan de in de literatuur geregeld terugkomende ‘ambassadeurspenning’. Deze laatste term is in zwang geraakt omdat een groot deel van de penningen werd uitgereikt als diplomatiek present, maar deze doet onrecht aan de vele penningen die werden gegeven aan bijvoorbeeld verdienstelijke personen of boodschappers van belangrijke berichten (p. 225).

De studie is zo gedegen verricht dat de lezer zich de nodige moeite moet getroosten om wat – minieme – minder goed uitgewerkte punten te kunnen vinden. Zo zijn op het eerste gezicht de sterren achter de nummers in bijlage 1 onduidelijk. De uitgebreide toelichting op deze bijlage helpt de lezer hier niet. Het blijkt dat zij niet verwijzen naar teruggevonden of afgebeelde penningen maar naar voetnoten achterin de bijlage. Verder maakt Sanders (p. 16–17) een onderscheid tussen kettingen en ketens, waarbij hij aangeeft dat een keten een ketting met medaille is. Dit onderscheid is in de bronnen zelf echter niet gemaakt, net zomin als in eerdere publicaties of de Van Dale. Hopelijk ontstaat hier in de toekomst geen verwarring over.

Sanders heeft uitgebreid en gedegen gebruik gemaakt van bronnen. Hij geeft (p. 20) aan zo’n 29.500 pagina’s archief te hebben doorgeploegd naar antwoorden. Op detailniveau wordt hij wat onnauwkeurig, zoals blijkt uit een naast elkaar geplaatst document en de transcriptie waarbij er in de laatste enkele kleine fouten zijn gemaakt (p. 122–123). Verder is er op pagina 258 iets vreemds gebeurd met een grafiek, want de waardes 200 en 100 lijken te zijn misplaatst zonder dat direct duidelijk wordt wat er aan de hand is. Sanders geeft ruiterlijk toe dat hij geen uitputtend onderzoek heeft gedaan naar nog bestaande voorwerpen (p. 18). Gezien de bewerkelijkheid is het begrijpelijk, maar het is wel jammer omdat juist op deze momenten de verhalen over de personen en geschiedenis naar voren komen. Dat blijkt duidelijk uit de boeiende aangehaalde voorbeelden, zoals bij de presenten uitgereikt aan de helden van de slag bij de Doggersbank in 1781 (p. 305–320).

De opgesomde minpunten zijn te verwaarlozen. Sanders beschrijft met verve de gang van zaken. Achter ieder hoofdstuk volgt een heldere conclusie. Het onderwerp is verrassend intrigerend. Hij geeft een belangrijk overzicht van de uitgereikte vereringen en plaatst ze in een brede context. Sanders proefschrift toont het functioneren van de Republiek en de internationale connecties vanuit een nieuwe invalshoek, voorzien van ruimschoots aanwezige bronvermeldingen. De publicatie biedt door dit alles veel aanknopingspunten voor jaren van nieuw onderzoek.