De laatste monografie over Dirck van Baburen dateert uit 1965, geschreven door Leonard Slatkes. Sindsdien zijn er meerdere archiefstukken ontdekt over het leven van Baburen en zijn voorheen onbekende schilderijen van zijn hand in de kunsthandel opgedoken. In de Catalogue Raisonné van Franits wordt een nieuwe blik geworpen op het leven van Baburen en zijn invloed op de schilderkunst in de zeventiende eeuw in Utrecht. De tekst is verdeeld in drie hoofdstukken die achtereenvolgens Baburens periode in Utrecht, Rome en (opnieuw) Utrecht behandelen. Daarbij wordt aandacht geschonken aan diverse thema’s die in die levensfasen een rol speelden, zoals zijn opdrachtgevers in Rome en zijn innovaties in Utrecht.

Franits refereert aan alle bekende documentatie over Baburen. Zo schetst hij een duidelijk verhaal over zijn achtergrond en sociale milieu en plaatst hem tevens in de sociaal-politieke context van zijn tijd. Vernieuwend is dat Franits een aantal documenten opnieuw bekijkt met de huidige kennis over atelierpraktijken in de betreffende periode. Zo werpt hij nieuw licht op een onduidelijke brief, geschreven door Giulio Manchini. Franits denkt dat wanneer Manchini schrijft over ‘een jonge man ... die recent de kapel in San Pietro in Montorio heeft geschilderd’, hij refereert aan Baburen, en niet – zoals eerdere auteurs voorstelden - aan David de Haen met wie Baburen samenwerkte. Franits’ herinterpretatie van deze documenten stelt het romantische beeld van de kunstenaar in de oude monografieën bij en geeft een realistischer beeld van de dagelijkse gang van zaken in Baburens atelier.

Een discussie onder kenners is of Baburen een atelier zou hebben gedeeld met Hendrick Ter Brugghen. In een eerdere Catalogue Raisonné over Ter Brugghen (2007) schreven Franits en Slatkes over deze samenwerking. Er is echter veel kritiek geleverd op dit standpunt. Franits gaat hier summier op in en merkt alleen nog op dat er geen bewijs is voor een gedeeld atelier, behalve het bestaan van een paar schilderijen met een onduidelijk ‘TB’ monogram.

Franits onthult ook een aantal interessante vondsten, zoals een tekening door Charles-Nicolas Cochin, van het verloren gegane schilderij ‘Verhogen van de Kruis’ dat gemaakt is door Baburen en De Haen voor de San Pietro in Montrio. Tot nu toe was hiervan geen afbeelding bekend.

De tekst wordt zorgvuldig ondersteund met noten en zeer gedetailleerde begeleidende teksten bij de afbeeldingen. In de catalogus zijn niet alleen authentieke werken opgenomen, maar ook werken uit Baburens atelier en aan hem toegeschreven werken. Dit boek is aan eenieder aan te bevelen die geïnteresseerd is in de Utrechtse Caravaggisten, Baburen en zeventiende-eeuwse schilderijkunst in het algemeen.