In de inleiding van De Tachtigjarige Oorlog. Van opstand naar geregelde oorlogsvoering 1568-1648 stellen de auteurs terecht dat het tot nog toe ontbrak aan een brede synthese waarin de verschillende militaire dimensies van de Tachtigjarige Oorlog in onderlinge samenhang werden bestudeerd. Er zijn tal van boeken verschenen over deelonderwerpen, zoals bijvoorbeeld de legerhervormingen door prins Maurits, de Slag bij Nieuwpoort, de belegeringssuccessen van prins Frederik Hendrik, het strategische genie van Ambroglio Spinola, de Watergeuzen en de acties van Piet Hein en Maarten Harpertszoon Tromp. Het leek echter steeds alsof de oorlogvoering ter land en ter zee min of meer los van elkaar stonden. In 2003 verscheen weliswaar Met man en macht. De militaire geschiedenis van Nederland 1550-2000, onder redactie van C.B. Wels en J.R. Bruijn, maar ook deze bundel behandelde leger en vloot als gescheiden werelden en met weinig detail.

Het onder redactie van Petra Groen tot stand gekomen werk de Tachtigjarige Oorlog echter, behandelt de strategische, technologische, logistieke, financiële en met name operationele aspecten van de oorlogvoering ter land en ter zee op een geïntegreerde wijze. Daarmee voorziet het in een duidelijke historiografische lacune. De twee delen van het boek, die de periodes 1566 tot 1588 en 1588 tot 1648 beslaan, tellen beide vier hoofdstukken. De beginhoofdstukken van ieder deel geven een chronologisch overzicht van de politieke en militaire gebeurtenissen, terwijl de resterende hoofdstukken op thematisch wijze de hierboven genoemde facetten behandelen.

Het boek maakt glashelder dat de scheiding tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden en de uiteindelijke erkenning van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën als soevereine staat bij de Vrede van Münster in de eerste plaats gezien moeten worden als de aanvankelijk onvoorziene uitkomst van een lange militaire worsteling. Rond 1590 veranderde het conflict van een asymmetrische strijd tussen de wettige landsheer en zijn rebellerende onderdanen naar een reguliere oorlog tussen twee afzonderlijke staten. Dankzij de eigen economische voorspoed, maar met name ook doordat de Spaanse koningen hun militaire middelen over meerdere fronten verdeelden, trokken de voormalige opstandelingen ten slotte aan het langste eind.

De Tachtigjarige Oorlog. Van opstand naar geregelde oorlogvoering 1568-1648, dat het eerste deel vormt van een door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) uit te geven serie over de Nederlandse militaire geschiedenis, slaagt volledig in zijn opzet. Niet alleen komen alle denkbare aspecten van de oorlogvoering tijdens de Tachtigjarige Oorlog aan bod, maar worden deze tevens nadrukkelijk in een bredere politieke, sociale en economische context geplaatst. Daarbij heeft het auteursteam ook nog oog voor het internationale historiografische debat omtrent de complexe relaties tussen staatsvorming en oorlogvoering. Het prettig geschreven, prachtig geïllustreerde boek zal daarom vermoedelijk lange tijd hét standaardwerk blijven.