De rode draad van deze bundel is dat boeken absoluut geen dode dingen waren maar objecten die circuleerden en vaak geografische, politieke, linguïstische en religieuze grenzen overstaken. De drie redacteuren schreven samen een stimulerende inleiding waarin ze zowel hun doelstellingen uiteen zetten als hun keuzes toelichten. Ze stellen dat de circulatie van het boek in de vroegmoderne periode te vaak wordt bestudeerd als een eenvoudig, eenzijdig en statisch proces tussen boekverkoper, tussenpersonen en cliënt. Het was volgens hen een veel dynamischer proces dat vormgegeven werd door de ervaringen van de verspreiders en ontvangers. De bundel focust daarom op de circulatie van goedkoop drukwerk en op de figuur van de marskramer. De lezer krijgt in de inleiding een genuanceerde afweging van de gelijkenissen en verschillen tussen Italië, de Nederlanden, Engeland en Wales die essentiële informatie biedt om de uiteenlopende essays te interpreteren.

Verschillende essays bestuderen de manier waarop goedkoop drukwerk zich verspreidde. Jeroen Salman kijkt naar de sociale-economische positie en culturele representaties van marskramers in de Nederlandse Republiek. Zo waren marskramers cruciaal in het verspreiden van actueel drukwerk maar werden ze door gevestigde boekverkopers verguisd. In de essays van Rosa Salzberg, Jason Peacey en Alberto Milano wordt de cruciale rol van ambulante verkopers in de verspreiding van goedkoop drukwerk in respectievelijk Italië, Engeland en door heel Europa belicht. Het essay van Kate Peeters over quakers biedt daarop een aanvullend perspectief. De quakers gebruikten namelijk geen marskramers maar wel hun eigen rondtrekkende predikanten om drukwerk te verspreiden. Een tweede thema dat in de bundel wordt aangesneden zijn de verschillende soorten actueel drukwerk die verspreid werden. Joad Raymond, Roeland Harms en Joop Koopmans bestuderen elk een specifiek nieuwsgenre en belichten de internationale context van nieuws. Een andere vorm van goedkoop drukwerk waren de illustraties en prenten van marskramers die in heel Europa circuleerden. Jo Thijssen bestudeert educatief drukwerk aan het begin van de negentiende eeuw. Karen Bowen vergelijkt visuele representaties van marskramers in Engeland en de Nederlandse Republiek. Sean Shesgreen onderzoekt de mogelijke afzetmarkten voor dergelijke prenten. De bijdrage van Melissa Calaresu toont aan hoe deze prenten deel uitmaakten van Europese distributienetwerken. Zij benadrukt de cruciale rol van reizen in het creëren van een markt voor deze prenten en voor de verspreiding van deze prenten. Deze bundel biedt heel wat nieuwe perspectieven voor het bestuderen van de circulatie van drukwerk in de vroegmoderne periode.