De geschiedenis van Engels-Nederlandse betrekkingen in de zeventiende eeuw is tot voor kort verrassend onderbelicht gebleven, maar mag zich de laatste jaren verheugen in een groeiende belangstelling. Zo verscheen in 2011 een monografie van Roger Downing en Gijs Rommelse over de Engelse ambassadeur in de Republiek, George Downing (1623-1684) en afgelopen jaar een studie van Hugh Dunthorne over Engeland en de Nederlandse Opstand. Het proefschrift van Anton Poot is een welkome aanvulling en bestrijkt de Engels-Nederlandse betrekkingen aan de vooravond van de Engelse Burgeroorlogen (1625-1642). Als zodanig vorm het boek een prelude op het proefschrift van Simon Groenveld uit 1984 over de relatie tussen Engeland en de Republiek tijdens de eerste Engelse Burgeroorlog.

Met oog voor detail beschrijft Poot de verhouding tussen de twee staten die dramatisch aan het verschuiven was: de Republiek was een opkomende staat die het Spaanse Rijk op de knieën dwong terwijl de Engelse monarchie juist afgleed in een burgeroorlog. In chronologische lijn reconstrueert de auteur de complexe diplomatieke en dynastieke betrekkingen in grondig onderzochte hoofdstukken. Het bronmateriaal is afkomstig uit zowel Engelse als Nederlandse archieven, zodat Poot een evenwichtig beeld weet te schetsen van de ontwikkelingen. Hij volgt de dynastieke omwenteling in 1625 (in de Republiek komt Frederik Hendrik aan de macht en in Engeland Karel I), de ambivalente houding van Engeland ten aanzien van de Dertigjarige en Tachtigjarige Oorlog, de wisselende bondgenootschappen met Frankrijk en Spanje en de moeizame onderlinge verhoudingen tussen de Zeemogendheden.

Kritiek is ook op zijn plaats voor wat betreft de toch wat klassieke diplomatieke benadering van het onderwerp, waarbij de betrekkingen louter op basis van diplomatieke correspondentie en staatsstukken gereconstrueerd worden. De chronologische en evenementiële benadering van het onderwerp resulteert in een wat saaie tekst met een wat vlakke inleiding en zonder echte conclusie.

Niettemin is dit goed geschreven en degelijke overzicht van de bilaterale verhoudingen tussen Engeland en de Republiek een welkome aanvulling op de bestaande literatuur.