In de jaren zestig van de zeventiende eeuw brak de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667) uit. De voornaamste aanleidingen waren twee gebeurtenissen – nota bene in vredestijd – in 1644: de verovering van Nederlandse handelsposten op de Westkust van Afrika door de Engelse admiraal Robert Holmes en de verrassingsaanval op Nieuw-Amsterdam door kolonel Richard Nicolls. 1666 De Ramp van Vlieland en Terschelling beschrijft een belangrijk episode uit deze oorlog. In dit jaar vernietigde Holmes een grote handelsvloot, bestaande uit ruim 150 schepen bij Terschelling en Vlieland en liet hij het dorp West-Terschelling platbranden. De schade was enorm. De Amsterdamse beurs stond op springen en ging enkele dagen dicht. Nederlandse reders en investeerders verloren na deze ramp meer geld en goederen dan in de hele Tweede Engelse Oorlog.

De gebeurtenissen die zich op 19 en 20 augustus 1666 afspeelden worden vanuit Nederlands perspectief beschreven. Dat deze Engelse actie kon plaatsvinden, was een gevolg van de defensiestructuur en staatsinrichting van de Republiek: (te)veel instanties speelden een rol bij de beveiliging van de Waddeneilanden, waardoor adequaat reageren werd bemoeilijkt.

Het boek is chronologisch opgebouwd. Na een korte inleiding over de achtergronden van de rivaliteit tussen Engeland en de Republiek volgen twee hoofdstukken over de eilanden Terschelling en Vlieland en de hoofdrolspelers rond Holmes’ optreden. Vier hoofdstukken beschrijven de gebeurtenissen in augustus 1666. De laatste vier hoofdstukken gaan in op de gevolgen voor de bewoners en de eigenaars van de verbrande schepen. Een drietal bijlagen en de verwijzingen naar bronnen en literatuur vormen de afsluiting.

Een jaar na de ramp bij Terschelling en Vlieland vond de tocht van De Ruyter naar Chatham plaats. Een Nederlands eskader vernietigde toen op de Medway een deel van de Engelse oorlogsvloot. Veel inwoners uit Londen ontvluchtten de stad omdat zij een Nederlandse wraakactie verwachtten voor Holmes’ bonfire op Terschelling. Dankzij Chatham sloot Engeland in 1667 vrede met de Republiek.

Voor Terschelling en Vlieland betekende 1666 een keerpunt: voortaan vertrokken er veel minder koopvaarders van de beide eilanden naar de Oost, de Middellandse Zee en Guinea.

Het hele boek is rijk gelardeerd met eigentijdse tekstfragmenten die de inhoud een extra dimensie meegeven. Op de site van de Stichting 1666 (www.1666.nu) kunt u veel van het gebruikte bronnenmateriaal bekijken.

Daarnaast hebben de beide auteurs nog het boekje Gedachtenisse van d’Engelsche Furie op de Vliestroom, en der Schellingh door Frans Esausz. Den Heusen (Amsterdam 2011) uitgegeven. Den Heusen, predikant op Vlieland, publiceerde in 1667 zijn beschrijving van de twee rampdagen in augustus 1666. Zijn informatie is in deze publicatie veelvuldig gebruikt.