De VOC is het onderwerp van een enorme, en steeds groeiende, hoeveelheid literatuur. Een nieuwe invalshoek vinden en tot nieuwe inzichten komen kan hierdoor soms moeilijk zijn. Toch lukt dit Van Rossum in Werkers van de Wereld uitstekend. Dit boek is het resultaat van het promotieonderzoek van Van Rossum aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Centraal staan de onderlinge verhoudingen tussen Europese en Aziatische bemanningen van VOC-schepen die gedurende twee eeuwen werkzaam waren op de intra-Aziatische vaart van de compagnie. Van Rossum bekijkt deze groep zeelieden vanuit zowel een economisch en sociaal-cultureel perspectief.

De centrale vraag van het onderzoek is hoe Europese en Aziatische zeelieden zich tot elkaar verhielden binnen de context van de handelsactiviteiten van de VOC in Azië. De schrijver beargumenteert dat in de bestaande literatuur vaak ten onrechte wordt aangenomen dat het in de negentiende eeuw bestaande onderscheid tussen Europese en Aziatische zeelieden ook al in de zeventiende en achttiende eeuw bestond. Dit onderscheid werd in de negentiende eeuw nadrukkelijk op racistische overtuigingen gevestigd en verdedigd. In de zeventiende en achttiende echter eeuw werkten zeelieden van verschillende achtergronden juist gelijkwaardig met (en soms naast) elkaar. De ongelijke verhoudingen tussen Europese en Aziatische zeelieden zijn dus een negentiende-eeuws fenomeen.

Om de interculturele verhoudingen tussen verschillende groepen zeelui te onderzoeken is het archief van de VOC uitermate geschikt. Er is zowel kwantitatief als kwalitatief materiaal voorhanden waarmee de auteur zowel de bedrijfsvoering en de effecten van het aanwerven van personeel in Azië kan onderzoeken, als ook de meer persoonlijke en sociale verhoudingen tussen individuen van verschillende afkomst aan boord van de schepen en in de havens. Een opmerking is wel dat de Generale land- en zeemonsterrollen een belangrijke rol spelen in het onderzoek. Aangezien deze gegevens pas vanaf 1691 beschikbaar zijn, is het werk als geheel meer op de achttiende eeuw gericht. Dit is op zichzelf geen probleem, de auteur maakt duidelijk dat juist in de achttiende eeuw de schepen van de VOC op de intra-Aziatische vaart meer en meer gemengde bemanningen kregen. Toch maakt dit de titel van het geheel enigszins misleidend, aangezien er zeker uit de eerste helft van de zeventiende eeuw weinig materiaal voorhandig is.

Het boek is opgebouwd uit twee delen, gescheiden door een interludium. In het eerste deel van het boek staan de economische aspecten centraal. Hier wordt achtereenvolgens ingegaan op de vroegmoderne wereldhandel, het belang van de intra-Aziatische handel, de rol van de VOC daarin en de betekenis van deze handel voor de VOC. Vervolgens komen de bemanningen die voor deze handel werden ingezet aan bod. Van Rossum stelt vast de VOC systematisch en structureel zeelui in Azië wierf en dat deze Aziatische en Euraziatische zeelui naast en samen met het Europese personeel werd ingezet, op de grote schepen in de intra-Aziatische vaart, op kleine schepen in regionale dienst en in de havens en vestigingen van de VOC. Van Rossum onderzoekt de arbeidsmarkten waar dit personeel werd geworven en de verschuiving van deze markten in de loop der tijd.

In het tweede deel van het boek, na het interludium dat voor dit deel een theoretisch kader schept, staan de sociaal-culturele aspecten van het samen werken van zeelui van verschillende achtergronden centraal. In dit deel wordt meer uitgegaan van de persoonlijke levensgeschiedenissen van zeevarenden. Veel van deze persoonlijke informatie komt uit officiële correspondentie of, in het geval van onderwerpen als verzet of seksuele contacten, uit processtukken van rechtszaken. De aard van het archiefmateriaal maakt het moeilijk om een beeld ‘van binnen uit’ te geven. Toch krijgt de lezer een goed beeld van de verhoudingen aan boord van de schepen en verdwijnt de gewone zeeman niet uit het zicht.

Op basis van de monsterrollen is een dataset opgesteld die via www.dutchshipsandsailors.nl beschikbaar is gesteld. Naast de kwantitatieve informatie uit DAS en de Generale land- en zeemonsterrollen heeft de auteur een grote hoeveelheid bronmateriaal doorgewerkt, zo blijkt uit de vele voorbeelden die de tekst verlevendigen. Deze voorbeelden ondersteunen de argumentatie in het boek en maken het voor de lezer eenvoudig om zich in te leven in de wereld die wordt beschreven. Het is duidelijk dat het hier om een studie naar mensen gaat. Aan de andere kant halen de voorbeelden in sommige gevallen de vaart uit de argumentatie en verliest de lezer door een veelheid aan voorbeelden soms het overzicht. Over het algemeen is het boek echter goed geschreven en zeer leesbaar.

Belangrijke conclusies zijn dat de VOC al in een vroeg stadium begon met het aanwerven vaan zeelui in Azië: eerst vooral Chinese zeelui rond Taiwan en vanaf ongeveer 1670 vooral Indiase zeelui. Verder is het opvallend dat de sociaal-economische positie van Europese en Aziatische zeelieden niet veel van elkaar verschilden. Dit ondanks het benadrukken van verschillen, zowel door de compagnie als door de bemanningen zelf. Dit laatste ging onder andere door middel van verschillen in kleding, voedsel en taal. Toch waren beloning, organisatie, onderhandelingspositie en arbeidsproductiviteit van de verschillende zeelui min of meer gelijk. Een belangrijk verschil tussen Europese en Aziatische zeelui was wel dat voor Europeanen de mogelijkheid bestond om een carrière te maken binnen de compagnie terwijl dit voor Aziatische zeelui onmogelijk was. Van Rossum benadrukt dat de VOC als carrièremachine openstond voor niet-Nederlandse Europese zeelui. De uitsluiting van Aziatische zeelui tot het maken van carrière binnen de compagnie had in dit bestek wellicht wat meer aandacht verdient. Toch overtuigd van Rossum als hij betoogt dat de verschillen tussen Europese en Aziatische zeelui niet zo groot zijn als in de bestaande literatuur is aangenomen.

Van Rossum is er in geslaagd om in één werk het beeld op de interculturele verhoudingen aan boord van VOC-schepen in Azië te doen kantelen. Hiermee is het werk een vaste stop voor een ieder die meer wil weten over de bemanningen en de intra-Aziatische vaart van de VOC. Dit werk draagt hiermee ook bij aan de discussie over vroegmoderne globalisering en het relatieve gewicht van de Aziatische handel in vergelijking met de meer onderzochte Atlantische handelsstromen. Terecht merkt Van Rossum hier op dat alleen de intercontinentale vaart (Europa-Azië en vice-versa) wordt vergeleken met de Atlantische scheepvaart. Aan de intra-Aziatische handel is vaak in zijn geheel voorbij gegaan. Met dit werk levert hij een belangrijke bijdrage aan de herwaardering van de intra-Aziatische handel, en stelt hiermee een belangrijk punt in het debat over vroegmoderne globalisering en de Great Divergence aan de orde.