De bundel The legacy of Dutch Brazil wil aantonen dat de WIC-kolonie in Brazilië (1624–1654) een integraal onderdeel was van de Atlantische geschiedenis. Door het Nachleben van de Nederlandse kolonie te beschouwen in drie verschillende contexten probeert het de kolonie een plek te geven in de bredere historiografische debatten van Atlantische geschiedenis en Latijn-Amerikaanse studies. De drie contexten vormen elk een deel van het boek. Het eerste deel, de geopolitieke context, bevat bijdragen van Wim Klooster, Stuart Schwarz, Mark Meuwese, en Roquinaldo Ferreira. Het tweede deel, de culturele context, bevat artikelen van Mariana Françozo, Evan Haefeli, Johan Verberckmoes, Neil Safer en Arthur Weststeijn. Het derde deel, over de context van herinnering en mythologie, is vormgegeven door artikelen van Michiel van Groesen, Rebecca Parker Brienen, Julie Berger Hochstrasser en een epiloog door Joan-Pau Rubiés.

Het boek stelt dat Nederlands-Brazilië in het kader van Atlantische geschiedenis en Latijn-Amerikaanse studies relevant is om drie redenen: 1. Nederlands-Brazilië stelt de (kunstmatige) historiografische scheiding tussen een Noord- en Zuid-Atlantische sfeer op de proef doordat het een Noord-Europese kolonie in het Zuid-Atlantisch gebied was; 2. Nederlands-Brazilië wijkt af van de traditioneel naar voren gebrachte structuren, connecties, en continuïteit in het Atlantisch gebied omdat het een intermezzo was in de Iberische alleenheerschappij in Brazilië; 3. Een transnationaal perspectief is voor Noord-Amerika overduidelijk nuttig om aan het teleologische geschiedschrijving van de natiestaat te ontkomen, maar voor het zuidelijke deel van het Atlantisch gebied zijn er sterke aanwijzingen dat dit minder evident is. En dus is het zinnig om naar het nationale karakter te kijken.

Ten aanzien van het eerste punt betoogt Mariana Françozo in haar bijdrage bijvoorbeeld dat in een cadeau van Gouverneur-Generaal Johan-Maurits aan de Congolese koning Dom Garcia II een zilveren schaal de mondiale connecties op het zuidelijk halfrond verbeeldde, terwijl hoeden van beverbont de commerciële en politieke allianties ten noorden van de evenaar benadrukten (p. 105–123). Daardoor bevraagt ze de kunstmatige scheiding tussen een Noord- en Zuid-Atlantisch gebied en laat zien dat er meervoudige verbanden waren aan beide kanten van het Atlantische bekken.

Het boek is interessant voor iedereen die geïnteresseerd is in de WIC-kolonie in Brazilië of meer wil weten over de vele manieren waarop deze korte periode een stempel heeft weten te drukken op de nationale, Atlantische en wereldwijde geschiedenis. Dit geldt van de relatie met de oorspronkelijke bevolking tot de verbeelding in de kunst, en van de oorsprong van vrijhandelsideologie tot het creëren nationale heroïsche herinneringen.