Maar liefst 24 stuk voor stuk lezenswaardige bijdragen telt deze Ashgate Research Companion, ingeleid door Mary Laven die de zeer uiteenlopende onderwerpen in een knappe synthese bij elkaar weet te brengen. Het handboek is georganiseerd rond vier actuele, ‘vibrant’ onderzoeksterreinen en drie sleutelbegrippen: agency, identiteit en (lange termijn) verandering. Hoewel de traditioneel aandoende term ‘Counter-Reformation’ anders doet vermoeden, zijn de gekozen invalshoeken in dit handboek overwegend vernieuwend. Vrijwel alle auteurs verlaten de gebaande paden op zoek naar wat Laven de ‘varieties of Catholic experience’ (p. 3) noemt. Het concept ‘Contrareformatie’ wordt zo in meer dan één opzicht danig opgerekt. Chronologisch, door bijdragen over de middeleeuwse wortels van vroegmoderne katholieke hervormingen (John Arnold) en het Nachleben van de Contrareformatie in het moderne katholicisme (Mary Laven). Geografisch, door ook gebieden die doorgaans niet direct met de Contrareformatie worden geassocieerd bij het onderzoek te betrekken, inclusief de werelddelen Azië en Amerika (maar niet Afrika). Daarnaast komen nieuwe thematische trends aan bod, zoals de door sacramenten en rituelen bepaalde katholieke levenscyclus (Alexandra Bamji), zintuiglijke geloofsbelevening (Wietse de Boer) en de ruimtelijke dimensies van het vroegmoderne katholicisme (Alexandra Walsham en Linda Evangelista).

Voor de Nederlanden zijn in het bijzonder de bijdragen van Geert Janssen en Judith Pollmann van belang. Janssen analyseert de impact van ballingschap op de katholieke identiteit – een thema dat tot nu toe vooral was voorbehouden aan protestanten. Hij toont onder andere aan hoe de ervaringen van ballingen fungeerden als katalysator van confessionele radicalisering. Janssens pleidooi voor een transnationale en interconfessionele bestudering van de katholieke exodus is ongetwijfeld een stimulans voor interessant nieuw onderzoek. Aan de hand van drie ‘modes of catholic identity’ (p. 180) stelt Judith Pollmann aan de orde wat het voor individuele gelovigen in een protestantse context betekende om katholiek te zijn. Zij laat zien dat het antwoord op deze vraag van plaats tot plaats en van persoon tot persoon verschilde en dat diversiteit en particularisme de katholieke hervormingsprocessen niet dwarsboomden maar juist bevorderden – zij het niet altijd op de manier die de kerkelijke autoriteiten voor ogen stond.

Deze Research Companion is een waardevolle toevoeging aan de steeds verder uitdijende literatuur over het vroegmoderne katholicisme. Één puntje van kritiek: in de bibliografieën waarmee elk hoofdstuk wordt afgesloten, staat op een enkele uitzondering na uitsluitend Engelstalige literatuur vermeld. Ook buiten dit taalgebied verschijnen echter interessante bijdragen over dit onderwerp.